SAMENVATTING

Kantonrechter Utrecht, 24 april 2020 – Een werkgever stelt dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding vanwege het disfunctioneren van de werknemer als account director. Uit de stukken blijkt niets van disfunctioneren, in tegendeel. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding en dat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden. Hij vindt daarbij wel dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Hij kent daarom een billijke vergoeding toe en hij oordeelt dat de werkgever geen rechten meer kan ontlenen aan het concurrentie- en relatiebeding.

De zaak

De werknemer is in 1 oktober 2017 bij de werkgever in dienst getreden als account director. Tussen partijen is een bonusregeling overeengekomen, alsmede een concurrentiebeding en een relatiebeding. De werkgever verzoekt de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een verstoorde verhouding (ontslaggrond g) en op grond van de cumulatiegrond (ontslaggrond i). De werkgever stelt dat sprake is van een ernstig en duurzaam verstoorde verhouding die komt doordat de werknemer de kritiek op zijn functioneren in juni en augustus niet kan accepteren. Hij heeft zich 1 oktober 2019 ziek gemeld en hij heeft de daarna opgestarte mediation stopgezet. Als er onvoldoende reden is voor ontslag op grond van de verstoorde verhouding, dan verzoekt de werkgever ontbinding op grond van een combinatie (cumulatie) van onvoldoende functioneren en een verstoorde arbeidsverhouding.

De werknemer vraagt de rechter om het verzoek af te wijzen en aan hem ingeval van toewijzing 1,5 maal de transitievergoeding en een billijke vergoeding van € 73.570 bruto. Ook verzoekt hij de kantonrechter dat hij niet aan het concurrentiebeding en het relatiebeding gebonden is.

De kantonrechter

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 juni 2020 en kent aan de werknemer de transitievergoeding en een billijke vergoeding van € 50.000,- toe. Ook bepaalt de rechter dat de werkgever geen rechten kan ontlenen aan het tussen partijen overeengekomen concurrentie- en relatiebeding.

De overwegingen

Uit de stukken blijkt dat tussen de werknemer en de vice president accountmanagement een conflict is ontstaan. De vice president accountmanagement, die nauw samenwerkt met de werknemer, heeft geen vertrouwen meer in de werknemer. Dat vertrouwen is wel noodzakelijk. De werknemer heeft op zijn beurt laten weten dat hij niet met de vice president accountmanagement op bezoek wil bij klanten en ook in het algemeen niet met hem te maken wil hebben.

Partijen hebben met mediation geprobeerd om de verhouding te herstellen, maar dat is niet gelukt. Inmiddels zijn de verhoudingen zodanig ernstig en onherstelbaar verstoord, dat van de werkgever niet kan worden gevergd dat zij de arbeidsovereenkomst laat voortduren.

De kantonrechter constateert dat herplaatsing niet in de rede ligt en dat ontbinding op grond van een verstoorde arbeidsverhouding toegewezen kan worden. Het verzoek om ontbinding op grond van de cumulatiegrond (de i-grond) hoeft daarom niet meer te worden behandeld. De kanonrechter wijst de transitievergoeding toe maar de verhoging niet omdat de ontbinding niet op grond van de cumulatiegrond wordt uitgesproken.

Billijke vergoeding

De kantonrechter kan een billijke vergoeding toekennen als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. De rechter vindt dat daar in deze zaak sprake van is. Hoewel de werkgever aangeeft dat de werknemer vaker informeel is aangesproken op zijn functioneren, blijkt daarvan niets uit het dossier. In tegendeel. Uit het dossier blijkt dat de werknemer op 15 augustus 2019 uit het niets is geconfronteerd met kritiek op zijn functioneren maar dat vervolgens geen enkel gesprek over verbetering heeft plaatsgevonden. Ook verder is er geen enkel stuk dat de beleving van de vice president accountmanagement over het functioneren van de werknemer staaft. Sterker nog. De werknemer heeft in 2018 en 2019 zijn commerciële targets gehaald. Hij heeft aanzienlijke bonusbedragen ontvangen. En klanten waren tevreden over de werknemer.

De werkgever had haar verantwoordelijkheid moeten nemen en de werknemer een kans moeten bieden om te komen tot de verbeteringen die de vice president accountmanagement nodig vond. Dat de werknemer gesprekken zou hebben geweigerd is ook nergens terug te vinden in de stukken. De kantonrechter is van oordeel dat de ontbinding door toedoen van de werkgever onvermijdelijk is geworden. Dat is ernstig verwijtbaar en rechtvaardigt een billijke vergoeding. In de gegeven omstandigheden acht de kantonrechter een billijke vergoeding van € 50.000 bruto redelijk.

Concurrentie- en relatiebeding

Nu de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, bepaalt de rechter (gelet op art. 7:653 lid 4 BW) dat de werkgever geen rechten kan ontlenen aan het tussen partijen overeengekomen concurrentie- en relatiebeding. Kantonrechter Utrecht, 24 april 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:1614

In de praktijk

De werkgever in deze zaak verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Hij vindt dat de werknemer onvoldoende functioneert maar onderneemt vervolgens niet of nauwelijks iets om het functioneren te verbeteren. Inmiddels zijn de verhoudingen verstoord geraakt, op grond waarvan de werkgever ontbinding verzoekt. De werkgever krijgt zijn gewenste ontbinding maar de kantonrechter vindt wel dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Hij kent een billijke vergoeding aan de werknemer toe en bepaalt dat de werkgever geen rechten kan ontlenen aan het concurrentie- en relatiebeding. De werkgever heeft zijn ontbindingsverzoek primair gegrond op een verstoorde arbeidsverhouding. Op die grond is het verzoek ook toegekend. Daardoor is de kantonrechter aan de beoordeling van het subsidiaire verzoek op grond van de cumulatiegrond (de i-grond) niet toegekomen.

Bron:XpertHR 06-05-2020