De Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) komt er aan. Deze nieuwe wet beoogt, zoals de naam al aangeeft, de arbeidsmarkt meer in balans te brengen. De bedoeling is om de kloof tussen flexibele arbeidsrelaties en vaste arbeidsrelaties te verkleinen. Op 28 mei jl. is deze nieuwe wet aangenomen in de eerste kamer. Met ingang van 1 januari 2020 zal deze nieuwe wet in werking treden.

De WAB brengt wijzigingen voor:

1.         Ketenregeling

2.         Oproepovereenkomst

3.         Payrolling

4.         Ontslaggrondenstelsel: toevoeging cumulatiegrond (i-grond)

5.         Transitievergoeding

6.         WW-premie differentiatie

In de komende weken een overzicht van de wijzigingen die de WAB met zich mee gaat brengen. Afgelopen weken heb ik stilgestaan bij de wijzigingen voor punten 1 t/m 5. Ditmaal de WW-premie differentiatie.

Lagere WW-premie

Als een werkgever een werknemer in vaste dienst neemt, krijgt deze in de toekomst een bonus van de overheid. Als werkgever ga je namelijk een lagere WW-premie betalen voor werknemers met een vast contract dan voor werknemers met een tijdelijk of flexcontract.

Het kabinet wil werkgevers met deze maatregel stimuleren om meer werknemers een vast contract aan te bieden. De werkgever betaalt de lage WW-premie voor werknemers met een vaste arbeidsovereenkomst. Daarvan is sprake als er een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is die geen oproepovereenkomst is. Het verschil tussen de hoge en de lage WW-premie is 5 procentpunt.

Van differentiatie obv sector naar differentiatie obv soort contract

De WW-premie wordt dus gedifferentieerd naar de aard van het contract. Nu is die premie nog afhankelijk van de sector waartoe je bedrijf behoort. Alle uitzendbedrijven zullen ingedeeld worden in sector 52. Payroll bedrijven belanden in sector 45. De premie voor sector 52 ligt aanzienlijk hoger dan die in andere sectoren. Indien een uitzendonderneming naar sector 52 overgaat zullen zij meer sociale lasten gaan betalen, waardoor het inhuren van hun uitzendkrachten een stuk duurder zal gaan worden.

Let op

De werkgever mag de lage WW-premie ook betalen als:

  • De werknemer onder de 21 jaar is en maximaal 48 uur per vier weken of 52 uur per kalendermaand heeft gewerkt;
  • Hij een leerling in dienst heeft die de Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) volgt. De overeenkomst met de BBL-leerling moet voorzien zijn van een dagtekening en zijn opgenomen in de administratie van de werkgever;
  • De werkgever een uitkering werknemersverzekeringen (WW, ZW, WIA, WAO, WAZO) betaalt als werkgeversbetaling of als eigenrisicodrager. Over dit deel van de betaling aan de werknemer is de werkgever dan de lage WW-premie verschuldigd.

Herzien van de lage WW-premie

In twee gevallen is met terugwerkende kracht alsnog de hoge WW-premie van toepassing:

  1. Als de arbeidsovereenkomst uiterlijk twee maanden na aanvang van de dienstbetrekking eindigt;
  2. Als er in een kalenderjaar 30% meer uren verloond zijn dan in de arbeidsovereenkomst is vastgelegd. Bijvoorbeeld als de werknemer een contract heeft voor 20 uur per week, maar gemiddeld 32 uur per week werkt.

Wil je meer weten over de WAB of andere personele zaken? Neem contact met ons op, wij komen graag in gesprek. Op de checklist van de overheid kun je kijken wat je als werkgever nog dient te doen om ‘WAB proof’ te zijn.